De toverfluit – Deleted scenes 2

In de vorige geschrapte scene was al iets over Pamina’s verleden te lezen. In dit stuk wil ik graag iets vertellen over haar familie, het paleis en een verklaring geven waarom Pamina zo de neiging heeft om te echoën wat anderen tegen haar zeggen. Het is een eigenschap van haar die mij ook was opgevallen in de oorspronkelijke opera, maar die ik niet zomaar wilde schrappen. Want er zou ook een goede reden voor kunnen zijn, toch? Een meisje dat alleen opgroeit, zelden met een ander gesprekken voert dan met zichzelf, misschien gewend is aan de echo’s van een groot, leeg, holklinkend paleis…?


Over het Sterrenpaleis

De lezer kan uit deze beschrijvingen concluderen, dat het Sterrenpaleis betere tijden had gekend. De patriarch van de huidige Nachtfamilie, Sirius Lunaktis, liet het oude onderkomen van de vorsten van de Nacht verwoesten en gaf opdracht voor de bouw van het nieuwe paleis. Hij besloot hiertoe omdat hij weigerde onder te doen voor zijn rivaal, de Zonnekoning Phobos, die eveneens een nieuw onderkomen had laten bouwen. Waar het paleis van koning Phobos rond, breed en robuust was, maakte Sirius Lunaktis gebruik van de rijke gotische stijl, die gekenmerkt werd door hoogbouw. Zo ontstonden de slanke, metershoge pilaren die de Grote Hal typeren, de prachtige boogramen van lila glas van de bovenbouw van het middenpaleis en de spitsen van de Tijdtoren en van Sint-Estrella. Daar waar de grote, brede zalen van het Zonnepaleis zorgden voor een overdaad aan licht en ruimte, dienden de hoge ramen en plafons van het Paleis van de Nacht een heel ander doel: als de ramen en deuren op een kiertje bleven staan, floot de lucht langs de muren en de gewelfde de daken, wat de meest geweldige fluittonen deed ontstaan. Thalia, één van de latere Nachtprinsessen, had deze gave van de stenen kolos gebruikt en haar verder geperfectioneerd door in allerlei uithoeken van het paleis kleine inhammen of uitstulpsels te laten houwen, zodat de klanken van de wind nog beter tot hun recht kwamen. Bij verscheidene ramen en deuren waren markeringen aangebracht, en wanneer deze op een bepaalde manier en bij een bepaalde windrichting open werden gezet, kon een heel fluitconcert worden gecomponeerd. Het had het paleis de bijnaam ‘Kathedraal der Winden’ opgeleverd.

Begrijpelijkerwijs hield de eenzame prinses Pamina er in haar tijd erg van om het paleis te laten zingen wanneer de weersomstandigheden daar de mogelijkheid toe gaven, en ze had zichzelf de opdracht gegeven om uit te vinden of wellicht de andere ruimtes, zoals de balzaal of de lange gang op de bovenste verdieping van het middenpaleis, tot zingen gedreven konden worden. Tot op het moment van deze geschiedenis was ze echter nog weinig succesvol geweest in die pogingen.

Dat wil niet zeggen dat de rest van het paleis niet muzikaal was, integendeel: als de grote hal zong, of als de koningin zong, of als Pamina zelf zong, resoneerde het hele gebouw mee, en iedere ruimte had zo haar eigen klank en timbre.

Het oorspronkelijke paleis van Sirius Lunaktis – het huidige middenpaleis – werd enkele generaties later uitgebreid door het koningspaar Cassiopeius en Stellanotte, in een unieke stijl die Nachtwacht genoemd werd, en die eerder boog op indrukwekkende ronde vormen en daken dan op spits- en slankheid. Zo ontstond onder andere het Atrium, een binnentuin met ronde koepel van tweeëndertig meter in het rond. Aan de binnenkant van deze koepel was het complete melkwegstelsel geschilderd, en een planetarium van de zon, de acht planeten en hun manen – allen gemaakt van kostbare juwelen – hing er vanaf het plafond naar beneden, boven een ronde vijver die de Aarde voorstelde. Pamina kwam graag in het Atrium om op haar viool te spelen of om te zingen, want de ruimte had een heel zuivere, galmende akoestiek, als die van een grote klok.

Ook het observatorium aan de achterzijde van het paleis had een dergelijke, zij het veel meer bescheiden koepel op de perfect ronde toren, maar daar was diezelfde akoestiek eerder een handicap: het overleg tijdens het sterrenkijken moest altijd op fluistertoon gebeuren om de andere bewoners van het paleis niet te storen. In vroeger tijden werd het observatorium soms gebruikt als omroeptoren voor belangrijke gebeurtenissen, zoals de geboorte of het sterven van een koningskind, zodat de boodschap tot ver in de omgeving gehoord kon worden.

Van de immense balzaal – Cassiopeius en Stellanotte breidden de bestaande balzaal van het Sterrenpaleis uit totdat deze driemaal de oorspronkelijke afmetingen had – was bekend dat wanneer er tijdens een speciale gelegenheid muziek gespeeld werd, men er dagen later nog steeds flarden van de muziek terug kon horen, in de vorm van een zwakke echo.

Het bijgebouw Sint-Estrella werd gebouwd door Sirius Saturnus, kleinzoon van Sirius Lunaktis, als eerbetoon aan zijn overleden dochter. Tijdens Sirius Saturnus’ leven en dat van zijn kindskinderen werden er regelmatig diensten met zang gehouden in de kapel, en daarna werd het gebruikelijk om de overleden leden van de familie in deze crypte bij te zetten. Oudere familieleden – tot de overblijfselen van Sirius Lunaktis aan toe – werden opgegraven en in Sint-Estrella opnieuw ten ruste gelegd. De meest recente koningin, Astrifiammante, had er nooit een gewoonte van gemaakt om haar familieleden te bezoeken en meed het gebouw, en ze had haar dochter gezegd er niet te komen. Pamina, die geen van haar familieleden kende behalve haar moeder, voelde niet de behoefte om hen eer te betonen en daarom bleven de deuren van Sint-Estrella vrijwel altijd dicht en klonk er lange tijd geen enkel geluid, behalve misschien het geritsel van vleermuisvleugels, het getrippel van muizenpootjes of zeldzaam uilengekrijs.

Omdat de stilte haar aan eenzaamheid herinnerde, bracht prinses Pamina veel tijd door met luisteren. Ze luisterde naar haar eigen zang of naar dat van haar moeder – die vaak voor zich uit zong om de stilte te verdrijven – en naar de drie zusters die de mooiste tripletten ten gehore brachten. Ze luisterde naar de wind die door het paleis floot; en naar een enkele mus die het hele Atrium tot leven kon wekken met een per ongeluk geuite tsjilp; naar het zachte krassen van een pen op papier; naar het holle weerklinken van voetstappen; naar het gefluister van gordijnen. Dat hele universum van geluiden had Pamina tot iemand gemaakt die altijd leek te resoneren, en die geleerd had te luisteren naar echo’s.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

WordPress.com.

Up ↑

%d bloggers like this: